Bij binnenkomst in het Rythovius College hoor ik meteen goed nieuws: bij mijn kopje koffie met Marjon Croonen (afdelingsleider onderbouw) en Melina van Herpen (psycholoog) schuiven ook drie leerlingen aan. Zij willen graag vertellen hoe zij de lessen, die wij de afgelopen jaren op het Rythovius College hebben gegeven, hebben ervaren.
De gemeente Eersel is voor ons een voorbeeldgemeente. In de afgelopen drie jaar hebben we hier een traject uitgevoerd rondom de doorstroom van het primair naar het voortgezet onderwijs.
In het eerste jaar gaven wij de lessen zelf, In het tweede jaar hebben we docenten opgeleid, en in het derde jaar stonden we klaar voor intervisie en materiaal.
De thema’s liepen uiteen: talenten, groepsdynamiek, zelfbeeld en identiteit, omgaan met tegenslagen, stress en prestatiedruk, en we sloten af met een dag over polarisatie.
De leerlingen aan het woord
De drie tweedejaars leerlingen beginnen wat afwachtend, maar langzaam komen de herinneringen aan de lessen terug. Een voor een beginnen ze te vertellen:
“Ik weet nu wat ik moet doen als ik stress heb.”
“Ik heb geleerd dat ik van muziek houd en dat ik goed met mensen kan omgaan.”
“Ik wist eerst niet wat ik ervan vond, maar achteraf was het eigenlijk heel fijn. Als je ergens mee zit, weet je nu wat je kunt doen.”
“Je ontdekt dat je minder alleen bent, dat iedereen wel wat heeft.”
“De trainers waren niet streng. En ook niet zo oud. Dat was wel fijn.”
“Het was lekker interactief, we hoefden niet de hele tijd stil te zitten.”
Ze vertellen ook eerlijk wat minder goed voelde:
“Soms was het wel spannend om dingen te delen.”
“De trainers zeiden dat alles in het klaslokaal bleef, maar inmiddels weet ik wel beter. Zo werkt het niet echt op school.”

Die laatste uitspraak voel ik. En ik voel ook echt die verantwoordelijkheid als eindverantwoordelijke van Psychologie in het Onderwijs. Ik geef hem dus helemaal gelijk. Ik vertel dat we inderdaad niet kunnen vertrouwen op de discretie van leerlingen, en dat juist daarom zorgvuldigheid voor ons zo belangrijk is in wat we wel en niet in de klas bespreken. Herkenning en begrip zijn waardevol, maar we kunnen leerlingen van 13, 14 of 15 jaar niet de verantwoordelijkheid geven om gevoelige informatie binnen de muren van het lokaal te houden. We zoeken om die reden dit soort situaties niet op, maar in onze lessen zijn ze soms onvermijdelijk. Om ervoor te zorgen dat het veilig blijft, werken we met casussen en herkenbare situaties uit de schoolcontext, dichtbij, leerzaam en verantwoord.
Wanneer ik vraag waar ze zich nu zorgen over maken, of waar ze meer over zouden willen leren, komt er van alles voorbij:
“Ik wil meer leren over pesten, hoe ik het kan stoppen.”
“Over social media, fake news, AI, en dat mensen zomaar dingen geloven.”
“Ritme, slapen, rust. En telefoongebruik.”
“Omgaan met verschillen. Respect hebben voor elkaar.”
“Ik maak me wel zorgen over de toekomst… geld, studie, wat als mijn ouders het niet kunnen betalen?”
“Of wat als er oorlog komt – al denk ik niet dat dat echt gebeurt.”
Het zijn eerlijke, kwetsbare zorgen. Dingen die ze niet dagelijks hardop zeggen.
Marjon vraagt: “Hoe vinden jullie dit soort lessen eigenlijk?”
Een van de leerlingen antwoordt: “Eigenlijk wel fijn, even wat anders. Fijn als afwisseling.”
Tot slot vraag ik of ze eventueel op de foto willen. Zeker weten van niet, maar hun rugzakken mag ik wel fotograferen.

Zaadjes planten, niet altijd direct effect, maar meestal later wel
Als de leerlingen vertrokken zijn, praten we na met Marjon en Melina. Ze vertellen hoe het driejarig traject is verlopen, met wat kinderziektes in het begin. “Een trainer pakte het te theoretisch aan en er was wat overlap met wat we al deden, zoals groepsdynamiek, en met wat ze in groep 8 al hadden gehad,” zegt Marjon. “Dat hebben we het jaar erna meteen aangepast.”
Maar over het geheel is ze positief. “Je hoort vaak dat leerlingen, net zoals een leerling zojuist, het achteraf heel fijn vonden. Op het moment zelf is er soms weerstand, of zoeken ze naar het nut of het waarom. Maar later hoor je bijna altijd dat ze er veel aan hebben gehad”. En dat is precies wat de kern van ons werk is: zaadjes planten.
Een vaste plek in het onderwijs omdat het over brede vorming gaat
Marjon vertelt dat de lessen inmiddels een vaste plek hebben in het curriculum.
“We hebben het bewust buiten het mentoraat geplaatst,” zegt ze. “Mentoren hebben een vol programma, en dan valt dit als eerste af. Nu is het onderdeel van de brugklas, met eigen ruimte en tijd.”
Ze benadrukt hoe belangrijk het is dat de schoolleiding dit steunt. “Onze rector staat hier heel erg voor open. Dat helpt enorm. Maar ik ben eerlijk: als een paar bepalende mensen ooit vertrekken, wordt het spannend om het vast te houden. Het vraagt overtuiging en continuïteit.”
Voor haar is het simpel:
“We moeten leerlingen klaarstomen voor de maatschappij van straks. Dat betekent niet alleen kennis, maar ook vaardigheden en veerkracht. Leren omgaan met tegenslagen, leren dat fouten maken mag. Dat hoort bij brede vorming.”
Taal geven aan wat er leeft: juist voor leerlingen die dit thuis niet meekrijgen
Melina knikt. “Dit zijn de nuttige vaardigheden die je je hele leven nodig hebt,” zegt ze. “Niet pas als je een probleem hebt, maar juist eerder. Het gaat om bewustwording: bewust zijn van je gedachten, gevoelens en gedrag.”
“Doordat jullie er zijn, is dit hier van de grond gekomen,” vertelt ze. “Ik wilde altijd al iets preventiefs doen. Waarom wachten tot er problemen zijn, als je juist kunt voorkomen dat ze ontstaan? Ik zag Dominique vaak op LinkedIn en dacht: dit wil ik ook.”
Ze vervolgt: “Wat je voorkomt, zie je nooit. Daar krijg je geen cijfers voor. Maar dat is precies de kracht ervan. We geven jongeren taal om te praten over wat er in hen leeft. En dat verschilt thuis enorm. De een praat open over gevoel, de ander nooit. Op school kunnen we dat verschil een beetje gelijk trekken.”
De volgende stap: blijven borgen en doorpakken in leerjaar 2
De grootste uitdaging ligt volgens hen in de borging: hoe zorg je dat dit blijft bestaan? “De lessen worden nu gegeven door Marieke en Evelien,” vertelt Marjon. “Zij zijn door jullie opgeleid. Er wordt nog nagedacht over hoe leerjaar 2 eruit kan zien, zodat er een leerlijn ontstaat. Voor nu ligt dat bij de mentoren, en dat is goed. Het moet echt van hen worden.”
We praten vanzelf weer verder over de thema’s die we jongeren leren: milder kijken naar hun gedachten, of het ‘spotlight effect’: het idee dat iedereen naar je kijkt, terwijl dat zelden zo is.
Marjon zegt:
“Dit is precies waarom ik het zo tof vind om met jullie samen te werken. Ik denk zo vaak: als ik vroeger zelf dit soort lessen had gehad, waren sommige dingen zoveel makkelijker geweest.”
Stap voor stap
Na anderhalf uur gesprek zijn we bijna rond, maar eigenlijk nog niet uitgepraat. Mijn gedachte bij Eersel? Die is nog positiever dan voorheen. Wat we hier doen is bouwen aan iets dat blijft. En daar ben ik oprecht heel erg trots op.

